alt=""

Monitor leerwerktrajecten en assistentopleidingen in het vmbo. Resultaten 2-meting. Eindrapport meting 2016

Download als PDF

Dit onderzoek is opgezet vanwege veranderingen in het onderwijsbeleidsveld die vragen opriepen over de ontwikkeling van (leerlingen in) lwt en ao. In het bijzonder omdat het hier kwetsbare leerlingen betreft.

Inleiding

Het leerwerktraject (lwt) en de assistentopleiding (ao) zijn maatwerktrajecten in de bovenbouw van het vmbo-basis. Ze zijn bedoeld voor kwetsbare leerlingen die dreigen uit te vallen, omdat het reguliere niveau te hoog is. De focus ligt sterk op praktijkgericht leren en stage. Een lwt leidt tot een vmbo-basisdiploma; een ao leidt tot een entreeopleidingdiploma. Beide trajecten bieden toegang tot het mbo-2.

Belangrijkste bevindingen

1. Kenmerken en knelpunten
Daling in deelname en aanbod: het aantal leerlingen en scholen dat deze trajecten aanbiedt, neemt af. Scholen stoppen ermee wegens een gebrek aan aanmeldingen, financiële/praktische zorgen of onduidelijkheid over regelgeving.

Leerlingpopulatie: Lwt’ers zijn vaker jongens. Ao-leerlingen hebben vaker een migratieachtergrond en wonen vaker in (sterk) stedelijke of armoedegebieden.

Organisatie en stages: het onderwijs bestaat grotendeels uit stages en praktijkvakken. Hoewel driekwart van de scholen moeite heeft met het vinden van stageplaatsen, lossen succesvolle scholen dit op door een speciale stagecoördinator aan te stellen.

Studiesucces: binnen de nominale tijd (twee jaar) slaagt ongeveer 70% van de lwt’ers en 50% van de ao’ers.

2. Beleid en doorstroom naar het MBO
Nieuw beleid, zoals de versoepeling van de rekentoets en een flexibelere urennorm, biedt kansen voor maatwerk. Er zijn echter zorgen over de aansluiting op het mbo. De informatieoverdracht tussen het vmbo en mbo verloopt vaak te laat; scholen overleggen zelden voorafgaand aan de trajecten. Mbo-opleidingen oordelen verdeeld: de helft looft de praktijkervaring van de instromers, de andere helft vindt dat de leerlingen cognitief of persoonlijk tekortschieten en baat zouden hebben bij een langere onderwijstijd.

3. Resultaten op de arbeidsmarkt
De trajecten zijn effectief: vijf jaar na instroom behaalt circa 47% van de lwt’ers en 40% van de ao’ers een mbo-2-startkwalificatie. Zonder deze trajecten waren zij waarschijnlijk zonder diploma uitgestroomd. Acht jaar na instroom is de arbeidsmarktpositie van ao’ers vergelijkbaar met reguliere vmbo-basisleerlingen; bij lwt’ers is deze zelfs gunstiger qua salaris en contractomvang.

Conclusies en aanbevelingen

De trajecten zijn succesvol en bieden kwetsbare jongeren waardevolle succeservaringen, maar de krimp van het aanbod is een risico. Het rapport adviseert om:

  • Scholen beter te informeren over de organisatie en successen van de trajecten.
  • De verplichte warme overdracht te verplaatsen naar het moment vlak vóór de overstap naar het mbo.
  • Regionale samenwerkingen of stagecoördinatoren in te zetten om stageplekken te garanderen.
  • Te onderzoeken of de Subsidieregeling praktijkleren effectiever kan worden ingezet om netwerken tussen scholen en bedrijven te stimuleren.