Veiligheidsmonitor 2022

Download als PDF

Landelijke Veiligheidsmonitor 2021-2022

Dit rapport geeft een beknopte weergave van de belangrijkste uitkomsten uit de Landelijke Veiligheidsmonitor in het primair (po) en voortgezet (vo) onderwijs van het schooljaar 2021-2022. In het voorjaar van 2022 zijn gegevens verzameld onder 171 schoollocaties in het primair onderwijs en 45 schoollocaties in het voortgezet onderwijs, in totaal een (bescheiden) drie procent van de scholen. In totaal participeerden ruim 10.000 po-leerlingen en zo’n 5.600 vo-leerlingen. Daarnaast deden ruim 1.500 personeelsleden in het po en ruim 500 personeelsleden in het vo mee aan de monitor.

Sociale veiligheid en welbevinden

Wat zeggen de uitkomsten van de Landelijke Veiligheidsmonitor 2021-2022 over de sociale veiligheid op scholen in het funderend onderwijs en welke betekenis kunnen ze hebben voor het te voeren beleid? De sociale veiligheid op scholen is in het algemeen goed te noemen, al zijn er een aantal zaken die duiden op minder positieve ontwikkelingen. Een zeer ruime meerderheid van de leerlingen en het personeel voelt zich veilig op school. Het welbevinden onder leerlingen in het primair onderwijs is ook veelal positief.

In het voortgezet onderwijs zien we een licht herstel en is het welbevinden onder leerlingen iets beter dan vorig jaar. Het personeel voelt zich merendeels gewaardeerd door collega’s/directie en dit zorgt voor een positieve werkbeleving. Er zijn echter ook specifieke groepen en aspecten van veiligheid op school waar het beeld minder positief is. In beide onderwijssoorten laten lhbtqi+-leerlingen een minder positief welbevinden zien. In het basisonderwijs zien we ook een lager welbevinden van leerlingen met een migratieachtergrond. Het welbevinden van meisjes in het voortgezet onderwijs is lager dan dat van jongens. Leerlingen met een migratieachtergrond voelen zich iets minder veilig dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Veiligheidsbeleid op scholen

Veruit de meeste scholen hebben een veiligheidsplan met daarbij een pestprotocol. De bekendheid van dat veiligheidsplan bij het voltallige personeel van de school is echter niet gegarandeerd en kan dus beter. In veel gevallen worden de afspraken uit het veiligheidsplan opgevolgd, zo zegt men, en beoordeelt men de effectiviteit ervan als voldoende tot goed. Binnen de veiligheidsplannen is er doorgaans aandacht voor het belonen van goed gedrag van leerlingen, het naleven van omgangsregels en het vergroten van respect voor elkaars gedrag, seksuele geaardheid en genderdiversiteit. Ook is er voldoende aandacht voor preventie van geweldsincidenten en handhavings-, sanctie- en aangiftebeleid. Echter, een structurele aanpak van agressie en geweld op school laat nog te vaak op zich wachten en incidenten worden niet altijd geëvalueerd.

De incidentenregistratie is ook niet overal op orde en lang niet alle scholen hebben een draaiboek klaarliggen voor het behandelen en nazorg van incidenten. Het lastigste in dit geheel is dat niet altijd duidelijk is welke incidenten wel of niet gemeld moeten worden door leerlingen en personeel. Voor leerlingen is dat bijvoorbeeld slechts bij vier van de tien scholen duidelijk vastgelegd. Waarschijnlijk is dat van invloed op de lage meldingsbereidheid bij leerlingen en personeel.

Belangrijke aandachtspunten

Uit deze monitor kunnen een aantal aandachtspunten worden gedestilleerd waarmee schoolbesturen hun veiligheidsbeleid in de dagelijkse praktijk kunnen aanscherpen. De urgentie om pesten tegen te gaan blijft aanwezig, gezien de forse toename daarvan in het afgelopen jaar ten opzichte van 2021. Ook vraagt de kwetsbare positie van de lhbtqi+-leerling op school om extra oplettendheid en inzet. De meldingsbereidheid van pesten en geweldsincidenten dient verhoogd te worden door duidelijke richtlijnen op te stellen welke incidenten gemeld moeten worden door leerlingen en personeel, deze schoolbreed bekend te maken, regelmatig te evalueren en indien nodig bij te stellen.

Daarnaast is het belangrijk dat meldingen worden gehonoreerd in die zin dat er een goede opvolging en nazorg plaatsvindt. Het uiteindelijke streven is dat het pesten dan wel het geweld feitelijk stopt. Een actief opvolgingsbeleid van meldingen van incidenten, dat bovendien voor iedereen zichtbaar en merkbaar is, kan pesten en geweld op school tegengaan. Uit deze monitor komt verder naar voren dat slechts van enkele voorvallen aangifte bij de politie wordt gedaan. Wellicht is er sprake van een zekere handelingsverlegenheid bij schoolbestuurders. Dit zou nader onderzocht moeten worden; welke mechanismen spelen een rol bij deze handelingsverlegenheid?

Een duidelijk omschreven aangiftebeleid en actieve opvolging daarvan kan de feitelijke veiligheid en het veiligheidsgevoel op school bevorderen. En we zien dat seksueel grensoverschrijdend gedrag een verschijnsel is dat, zo blijkt in deze monitor, ook in het onderwijs voorkomt. Het laat bovendien een gestage toename zien in het voortgezet onderwijs sinds 2018. Net als in andere sectoren van de samenleving vraagt het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag om een duidelijke plaats in het sociale veiligheidsbeleid van de school.