Vandaag is het 2040 – Toekomstverkenning voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap
Hoe kunnen we het mbo, hoger onderwijs en de wetenschap voorbereiden op een samenleving anno 2040? Wat zijn daarbij de kansen en uitdagingen, en hoe kunnen we die aanpakken? Deze vragen stonden centraal in een brede toekomstverkenning in opdracht van de minister van OCW. Het eindrapport, getiteld Vandaag is het 2040 – Toekomstverkenning voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap is aangeboden aan de Tweede Kamer.
Toenemende migratie en vergrijzing, digitalisering, transities in duurzaamheid en geopolitiek. Het zijn trends die mogelijk grote invloed gaan hebben op het onderwijs en de wetenschap. De wereld om ons heen verandert, maar we kunnen de toekomst niet voorspellen. Hoe zorgen we er dan voor dat het onderwijs en de wetenschap toekomstbestendig zijn, zodat ze hun maatschappelijke functie optimaal kunnen vervullen? Om die vragen te kunnen beantwoorden, vroeg Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in 2022 om een toekomstverkenning van middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en wetenschap. Het resultaat is onder andere dit eindrapport.
Opzet onderzoek
Centraal in het rapport staat de benadering vanuit drie perspectieven. Het eerste is dat van werk, economische ontwikkeling en innovatie. Hoe zou je onderwijs en wetenschap zo kunnen inrichten dat ze het beste aansluiten op de vraag van de toekomstige economie en arbeidsmarkt? Dat betekent bijvoorbeeld dat er, via onderwijsaanbod en -financiering, wordt gestuurd op zogeheten ‘tekortsectoren’.
Het tweede perspectief is dat van de grote maatschappelijke vraagstukken: onderwijs en onderzoek richten zich vooral op maatschappelijke opgaven rondom milieu, energie en sociale samenhang.
Het derde perspectief is dat van ontplooiing van individueel talent. Het gaat uit van maximale talentbenutting en van kansen om je optimaal te ontwikkelen. Het rapport schetst zo toekomstige stelsels voor onderwijs en wetenschap vanuit drie perspectieven.
De informatie voor het eindrapport werd op allerlei manieren verzameld:
- literatuurstudie en internationale verkenning
- interviews met experts
- focusgroepen met studenten
- vijf regiobijeenkomsten met vrije inschrijving
- drie themabijeenkomsten op uitnodiging
- een online panel
- reactiepagina
Belangrijkste conclusies
Een paar grote lijnen vallen op in alle perspectieven. Een voorbeeld daarvan is flexibilisering. Studenten hebben in 2040, aldus de verkenning, in alle perspectieven meer flexibiliteit in hun onderwijs. De vorm van flexibiliteit, bijvoorbeeld in plaats, tempo of juist onderwijsinhoud en -niveau, verschilt per perspectief. Via modulair onderwijs en deelcertificaten kunnen studenten zich bijvoorbeeld gerichter laten opleiden; of het wordt gemakkelijker vakken op verschillende niveaus te volgen (een hbo-student kan bijvoorbeeld mbo-vakken volgen en andersom); en de grenzen tussen de onderwijsniveaus zullen minder scherp worden. Tegelijkertijd blijven er vastomlijnde paden mogelijk voor studenten die daaraan behoefte hebben.
Een ander voorbeeld van een terugkomend thema is ‘leven lang ontwikkelen’. Het uitgangspunt is niet langer dat je klaar bent zodra je je diploma hebt. Je blijft altijd leren. De basiskennis en -vaardigheden leer je tijdens je studie, maar ook als je al werkt, blijf je je ontwikkelen. Dat heeft mogelijk gevolgen voor de financiering van het onderwijs. Ook daarvoor beschrijft het rapport verschillende opties.
Consortium
De toekomstverkenning werd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgevoerd door een consortium van vijf partijen: KBA Nijmegen, Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS), Kohnstamm Instituut, ResearchNed en Andersson Elffers Felix (AEF), in samenwerking met Helder en Duidelijk.
Deel van het eindrapport is hieronder te downloaden en deel twee vind je hier.


