Tijdelijke en flexibele contracten van leraren in po en vo
Het kabinetsbeleid is dat structureel werk, zeker het werk van leraren, in principe in een vast dienstverband wordt verricht. Ook de externe inhuur (zoals zzp’ers en uitzendkrachten) wil het kabinet stevig terugdringen. Een team van leraren in vaste dienst kan de samenwerking in lerarenteams verbeteren en zo ook de onderwijskwaliteit dienen. Ook kan het beroep van leraar aantrekkelijker worden als minder leraren in tijdelijke of flexibele dienst zijn. Anderzijds is er in het onderwijs ook – soms grote – behoefte aan flexibiliteit bij de inzet van personeel, zoals vanwege wisselende leerlingenaantallen of ter overbrugging in het geval van een openstaande vacature. De beoordeling van tijdelijke en flexibele contracten in het onderwijs vergt daarom een gebalanceerde blik.
Het ministerie van OCW heeft aan ResearchNed gevraagd om de achtergronden en motieven bij de inzet van tijdelijk en extern personeel in het onderwijs te onderzoeken. Doel hiervan is om specifieke personele situaties bij besturen te duiden en begrip te krijgen van de verschillen op dit vlak tussen scholen en schoolbesturen en tussen het primair- en voortgezet onderwijs (hierna: po en vo)1. Voor dit onderzoek is personele data van DUO benut, zijn diverse betrokkenen (schoolbestuurders, stafmedewerkers en leraren) geïnterviewd en is eerder onderzoek rond dit thema benut.
In het rapport beschrijven we eerst de trend in het po en vo wat betreft tijdelijke contracten van leraren. Daarna beschrijven we welke kenmerken van leraren en van scholen samenhangen met een kleiner of groter aandeel tijdelijke contracten. Die verklaringen op basis van kwantitatieve data vullen we daarna aan met de inzichten uit de interviews en deskresearch. Deze samenvatting besluit met enkele conclusies en aanbevelingen.


