alt=""

Onderwijsassistenten

Download als PDF

Aanleiding en methode

In dit onderzoek naar de inzet van onderwijsassistenten stonden drie vragen centraal: Hoe groot is de behoefte onder werkende onderwijsassistenten om de pabo te gaan volgen, welke (financiële) belemmeringen ervaren ze daarbij? Hoe kunnen onderwijsassistenten volgens henzelf optimaal worden ingezet en welke taakverdeling is er daarbij tussen leraar en onderwijsassistent? In hoeverre zijn gediplomeerde onderwijsassistenten die thans in een andere sector dan het onderwijs werken, bereid om als onderwijsassistent op een school te gaan werken? Welke motieven en overwegingen spelen een rol? Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van de vignettenmethode.

Belangrijkste conclusies

Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek.

(Door)studeren

Afstudeerders
Sinds 2004 zijn 40.000 studenten afgestudeerd aan de opleiding tot onderwijsassistent, maar het aantal nieuwe afstudeerders neemt gestaag af naar 2.600 gediplomeerden per jaar. Van alle afgestudeerden heeft 83 procent betaald werk. Van deze groep (afgestudeerden met een baan) is ruim een derde (34%) werkzaam in het onderwijs, met name in het primair onderwijs (27%). Twee derde van de werkenden (66%) werkt niet in het onderwijs, maar in sectoren als de zorg (17%), de handel (15%) en in de kinderopvang (12%).

Doorstuderen na de opleiding
Een substantieel deel van de als onderwijsassistent afgestudeerden heeft een opleiding in het hoger onderwijs afgerond (31%) of is hiermee bezig (22%). Hierbij is in de helft van de gevallen gekozen voor een lerarenopleiding.

Doorstuderen voor leraar
Van de onderwijsassistenten die werken in het primair onderwijs geeft twintig procent aan in het verleden gestart te zijn met een opleiding aan de pabo, maar deze niet te hebben afgerond. Veel
genoemde redenen hiervoor liggen in de persoonlijke sfeer en in een toename van zorgtaken, al werd de opleiding ook vaak te moeilijk bevonden. Desgevraagd geeft een klein deel (7%) aan alsnog te willen starten met de pabo.

Toekomst en werkbeleving

Ontwikkelwensen
De loopbaanontwikkeling van onderwijsassistenten (anders dan de pabo) komt in drie kwart van de functioneringsgesprekken aan de orde. Desalniettemin geeft een kwart (23%) van de
onderwijsassistenten aan dat (financiële) hulp bij loopbaanontwikkeling niet aan de orde was. Een duidelijke wens die door ruim een derde (37%) van de onderwijsassistenten was geuit, betreft het in de toekomst willen volgen van de Associate Degree (AD) tot leraarondersteuner.

Werkbeleving & taken
In dit onderzoek gaat ook aandacht uit naar de werkzaamheden van onderwijsassistenten in het primair onderwijs. Onderwijsassistenten geven aan zich het vaakst bezig te houden met het ondersteunen en begeleiden van leerlingen (93%), met het extra begeleiden van kinderen met een achterstand (85%) en surveillance- of pleinwachttaken (75%). De meest gekozen onderwijsvorm waarin ze worden ingezet, is het begeleiden van kleine groepjes buiten (maar ook vaak binnen) de klas. De taakverdeling tussen onderwijsassistenten en leraren is niet altijd even duidelijk, al is men er wel tevreden over.

Afgestudeerden buiten het onderwijs (stille reserve)
Met stille reserve bedoelen we in dit onderzoek de groep afgestudeerden van de opleiding onderwijsassistent die niet werkzaam is in het onderwijs (ongeveer 25.000 personen). Van deze groep is 23 procent ooit met een opleiding tot leraar basisonderwijs begonnen. Zij hebben deze echter voortijdig afgebroken, vaak omdat de opleiding te moeilijk was. Bijna een kwart (23%) van de stille reserve is ‘absoluut’ bereid om weer in het onderwijs als onderwijsassistent te gaan werken. Nog eens vijftien procent geeft aan dit ‘waarschijnlijk wel’ te willen. Ook de stille reserve is gevraagd naar de bereidheid om een pabo-opleiding te volgen. Een derde (35%) van deze groep geeft aan te willen starten met een lerarenopleiding indien er geen collegegeld betaald hoeft te worden. Onder de huidige voorwaarden overweegt slechts vier procent om met de pabo te starten.