Monitor Werkagenda Mbo 2024-2027: Prioriteit 1 – Kansengelijkheid: Meting 2025
Met de landelijke Werkagenda Mbo 2024-2027 en het Stagepact Mbo 2023-2027 worden investeringen in het mbo gedaan. Eén van de drie prioriteiten uit de Werkagenda is het bevorderen van kansengelijkheid, waarvoor verschillende doelstellingen zijn opgesteld door OCW, mbo-instellingen en andere partijen in het mbo-veld. Het consortium van ResearchNed en KBA Nijmegen brengt de voortgang op het bereiken van deze doelen in kaart met een landelijke monitor. In 2025 is het eerste voortgangsrapport verschenen.
Opzet onderzoek
In dit onderzoek is gebruik gemaakt van secundaire data, zoals DUO onderwijsregistraties, de JOB-Monitor en de Studentenpeiling NPO. Hiermee zijn de ontwikkelingen over de afgestemde indicatoren binnen de mbo-sector en per instelling in kaart gebracht. Daarnaast zijn gegevens vanuit mbo-instellingen onderzocht via een analyse op jaarverslagen, kwaliteitsplannen en voortgangsrapportages.
Belangrijkste conclusies
Uit het eerste voortgangsrapport blijkt dat mbo-instellingen zich breed inzetten voor gelijkwaardige kansen en een inclusief klimaat voor studenten. Op thema’s als deelname aan het studentenleven zijn concrete stappen zichtbaar, maar het meten van de effecten hiervan blijft vooralsnog vooral lastig in harde cijfers te vatten. Op het gebied van welzijn, veiligheid en toegankelijkheid zijn wel positieve ontwikkelingen te zien: het aandeel mbo-studenten dat (zeer) slechte mentale gezondheid ervaart, is gedaald en ligt onder de voor 2027 opgestelde streefwaarde, terwijl ook het veiligheidsgevoel in veel instellingen toeneemt. Daarnaast daalt het percentage voortijdig schoolverlaten, met name in bol-opleidingen, en stijgt de tevredenheid over de begeleiding licht, al zijn er wel verschillen tussen opleidingsniveaus en instellingen. Ook de doorstroom naar hbo-opleidingen vertoont een lichte verbetering, met betere resultaten voor studenten die na hun eerste jaar doorstuderen. Wat betreft laaggeletterdheid wordt er wel gewerkt aan het verbeteren van taalvaardigheid via collectieven en trajecten, maar ontbreken (nog) harde, meetbare resultaten doordat de indicatoren hiervoor nog in ontwikkeling zijn.
Al met al laten de ontwikkelingen binnen het mbo een positief beeld zien maar de effecten verschillen per doelstelling. Bovendien is de relatie tussen de ingezette middelen en meetbare uitkomsten nog niet altijd sterk zichtbaar.


