Monitor Cultuureducatie primair onderwijs. Onderzoek naar de landelijke ontwikkelingen in cultuureducatie sinds 2015-2016.
Opzet van onderzoek
Doelstelling van de monitor is het in kaart brengen van de ontwikkeling rondom cultuureducatie op het gebied van:
- de visie en organisatie
- het onderwijsaanbod
- de samenhang en verankering van een doorgaande leerlijn
- de deskundigheid van groepsleerkrachten en vakleerkrachten
- de samenwerking met de culturele omgeving
- de kwaliteitservaring
- de waargenomen competenties van leerlingen en leerkrachten.
Deze monitor bevat tevens de resultaten van een verdiepende enquête onder leerkrachten. Ook rapporteert de monitor opbrengsten van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. De monitor richt zich onder andere op mogelijke verschillen tussen scholen die wel en niet deelnemen of deel hebben genomen aan het programma CmK.
Conclusies
Visie en organisatie
De visie van scholen op cultuureducatie lijkt zich sinds 2016 verder te hebben ontwikkeld. Het grootste deel van de scholen heeft in 2019 een visie op cultuureducatie of is bezig deze visie op te stellen. De meeste scholen hebben een cultuurcoördinator en bij twee derde van de scholen staat cultuureducatie op de begroting.
Onderwijsaanbod
Scholen gebruiken vooral leermethoden voor de vakken muziek, tekenen en handvaardigheid. Het grote aandeel scholen dat erfgoed aan bod laat komen, is stabiel. Wel is te zien dat erfgoed op steeds meer manieren geïntegreerd in het onderwijsprogramma aan bod komt. Ofwel scholen geven aan dat dit moeilijk aan te geven is; zij schatten in dat zij gemiddeld twee uur per week aan kunstzinnige oriëntatie besteden.
Samenhang en verankering doorgaande leerlijn
Weinig scholen hebben één samenhangend cultuurprogramma. De samenhang tussen cultuureducatie en andere vakken is vooral te zien bij zaakvakken, de culturele omgeving van leerlingen en bij cultuureducatie in de verschillende leerjaren.
Deskundigheid van groepsleerkrachten
Zowel de vakinhoudelijke deskundigheid van groepsleerkrachten als het vertrouwen van deze leerkrachten in hun eigen vaardigheden is bij een ruime meerderheid van de scholen goed op orde. Ruim de helft van de scholen vindt groepsleerkrachten meer dan voldoende vaardig in het begeleiden van leerlingen bij het ontwikkelen van creatieve vermogens, het beoordelen van deze vermogens en het beoordelen van gastdocenten en cultuureducatieve projecten op inhoudelijke kwaliteit. Leerkrachten zelf geven ook aan vertrouwen te hebben in de eigen vaardigheid. Op meer dan de helft van de scholen is geld óf tijd beschikbaar voor de deskundigheidsbevordering van groepsleerkrachten.
Vakleerkrachten en culturele omgeving
Vakleerkrachten
Veertig procent van de scholen heeft geen vakleerkracht voor cultuureducatie. Gebrek aan middelen is de belangrijkste reden voor het niet aanstellen van vakleerkrachten. De behoefte aan deskundigheid en het verlagen van de werkdruk zijn redenen om juist wél met vakleerkrachten te werken. In 2018 en 2019 zijn er significant meer vakleerkrachten aangesteld of ingehuurd dan in 2016.
Samenwerking met de culturele omgeving
De meeste scholen hebben goed zicht op het aanbod van de culturele omgeving. In de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen is vooral te zien dat scholen beschikbaar aanbod afnemen en dit eventueel aanpassen aan de eigen wensen.
Kwaliteitservaring
Bijna alle scholen zijn tevreden over de kwaliteit van het cultuureducatieve aanbod van externe partijen en drie van de vier scholen zijn tevreden over het eigen aanbod.
Competenties van leerlingen
Scholen zijn redelijk positief over de culturele ontwikkeling van hun leerlingen. Scholen met meer draagvlak voor cultuureducatie en scholen waar sprake is van samenhang bij cultuureducatie zijn positiever over de culturele ontwikkeling van leerlingen op alle aspecten.


