alt=""

Buitenlandervaring voor iedereen? Een interviewonderzoek over de impact van het Erasmus+ programma voor mbo-studenten met een migratieachtergrond

In eerder onderzoek (zie hiervoor) werd onvoldoende respons behaald om uitspraken te doen over de doelgroep mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond.

Opzet onderzoek

ResearchNed zocht, middels een serie semigestructureerde interviews, in opdracht van het NA Erasmus+, verder uit welke factoren een rol spelen bij de deelname van deze doelgroep aan het E+-programma. Er werd gesproken met twaalf studenten uit de doelgroep, veertien opleiders (docenten, coördinatoren en/of beleidsmedewerkers) en met een ouder van een student.

Conclusies

Kortom, alles overziend blijkt binnen dit onderzoek een buitenlandreis voor de groep studenten met een niet-westerse migratieachtergrond niet of nauwelijks moeilijker bereikbaar of uitvoerbaar te zijn dan voor studenten zonder deze achtergrond. Wanneer het gros van de leerlingen een migratieachtergrond heeft, wat in de Randstad vaker speelde, valt er moeilijk een vergelijking te maken tussen studenten met en zonder deze achtergrond.

En op de ROC’s buiten de Randstad onderscheiden de studenten met een migratieachtergrond zich niet of nauwelijks van de meerderheid met een Nederlandse achtergrond. Wat uit dit onderzoek wel naar voren kwam, is dat het voor meisjes met een islamitische en/of migratieachtergrond moeilijk en soms onmogelijk kan zijn om toestemming te krijgen van hun ouders voor een (zelfstandige) buitenlandreis, met name in de Randstad. Deze groep verdient − net als studenten op mbo-niveau 1 en 2, studenten met een ‘rugzakje’ en studenten uit een lagere sociaaleconomische klasse – extra aandacht.

Aanbevelingen

Het verkorten van de minimale reisduur kan voor al deze groepen een positief effect hebben. Daarnaast valt er mogelijk winst te behalen in de informatievoorziening. Medewerkers kunnen gerichter van elkaar leren (delen van ‘good practices’) en inzetten op de benadering van ouders, zowel via ouderavonden als persoonlijk. Ook gerichte financiering, het terugbrengen van papierwerk (met name dubbelingen) en het verruimen van de mogelijkheden van docenten kunnen bijdragen aan een nog betere, inclusievere benutting van het Erasmus+-programma.

Voor meer informatie over Erasmus+ kun je hier terecht.