Stagetekorten in het hbo – Tussenrapportage 1
Deze tussenrapportage beschrijft de uitkomsten van het onderzoek naar Stagetekorten in het hbo dat ResearchNed in het najaar van 2022 heeft uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In deze periode is het eerste deel van het onderzoek uitgevoerd; dit wordt later gevolgd door een tweede en derde deel. Het onderzoek loopt nog tot het einde van 2023. Deze tussenrapportage beschrijft achtereenvolgens de context van het onderzoek, de onderzoeksvragen, toegepaste methoden en de resultaten van een eerste peiling die is gedaan in de afgelopen onderzoeksfase.
Een greep uit de resultaten
Soort stages
Voor vijftig procent van de respondenten betreft de geplande stage een meewerkstage. Voor 28 procent gaat het om een afstudeerstage; de overige studenten doen een oriƫnterende stage of onderzoeksstage. De stages duren veelal een kwartaal tot een half jaar: ruim zestig procent van de respondenten loopt een stage die tussen de 14 en 26 weken duurt. Zestig procent van de respondenten loopt drie tot vijf dagen per week stage.
Het vinden van een stageplaats
Bijna driekwart van de respondenten (72%) moet de stageplaats zelf zoeken; het andere deel van de respondenten krijgt de stage toegewezen door de opleiding.
Knelpunten bij het vinden van een stageplaats.
Ervaren knelpunten hebben met name te maken met het aanbod van stagebedrijven/stageorganisaties, bijna de helft geeft aan dat hun ervaren knelpunt (ook) hiermee te maken had. Studenten geven bijvoorbeeld aan dat stagebedrijven al vol zaten of dat ze maar een beperkt aantal plekken beschikbaar hebben. Soms lijkt er daarnaast een mismatch tussen de stageopdracht vanuit de instelling en de wensen van het stagebedrijf: niet alleen met betrekking tot de vereiste duur of periode van de stage, maar bedrijven zijn bijvoorbeeld ook op zoek naar een stagiair voor een ander type stage.
Het verloop van de stage
Op de vraag of de stage verloopt zoals deze is bedoeld, antwoordt bijna negentig procent van de respondenten die aan een stage bezig zijn positief. Twee procent geeft aan dat stage in een aangepaste vorm gevolgd wordt (bijvoorbeeld kortere stage dan bedoeld, minder begeleiding dan bedoeld of andere taken).
Lees hier meer over de tweede tussenrapportage en het eindrapport/de derde rapportage.


