Monitor pilot onderwijstijd – tussenrapportage
ResearchNed evalueert momenteel, samen met KBA Nijmegen, de pilot onderwijstijd voortgezet onderwijs. Het doel van het onderzoek is van de deelnemende scholen te leren wat de effecten van de interventies ten behoeve van minder onderwijstijd zijn, om te kunnen wegen of en onder welke voorwaarden deze ontwikkeling verder moet worden nagestreefd.
Ook moet de monitor inzicht geven in de randvoorwaarden die nodig zijn binnen een school om aanpassingen in de onderwijstijd succesvol te implementeren.
Een derde doel is dat het onderzoek inzicht geeft in eventueel benodigd aanvullend beleid om onderwijstijd te verminderen. Het onderzoek fungeert tot slot als inspiratiebron voor scholen om goede voorbeelden over te nemen. Zo kunnen de praktijkervaringen vanuit de sector zelf worden benut om de toekomstige praktijk te informeren. De evaluatie is een mixed-methods-onderzoek waarin zowel een plan- en procesanalyse worden uitgevoerd als effectonderzoek op het gebied van leskwaliteit, ervaren werkdruk, leerresultaten, welbevinden en aantrekkelijkheid van het beroep van leraar.
Opzet onderzoek
Elke school werkt met een eigen projectgroep die plannen maakt, monitort en leerlingen en ouders betrekt. De ondersteuning wordt gedaan door 1801 Jeugd & Onderwijsadvies; de monitoring gebeurt onafhankelijk daarvan.
De pilot wordt uitgevoerd in twee groepen scholen. Groep 1 is in schooljaar 2024–2025 en groep 2 in 2025-2026 gestart met de uitvoering van de pilot.
Het onderzoek combineert kwalitatieve en kwantitatieve methoden en bestaat uit vier soorten analyses:
1. Plananalyse: welke inhoudelijke en organisatorische keuzes maken scholen
2. Procesanalyse: hoe verlopen de voorbereiding en invoering
3. Effectanalyse: wat is de impact op leraren en leerlingen (in deze fase: vooral op leraren)
4. Impactanalyse: (wordt uitgevoerd na de eindmeting)
Voor de tussenrapportage zijn de eerste drie analyses uitgevoerd, op basis van vier online vragenlijsten (start- en tussenmetingen voor zowel projectgroepen als leraren). De analyses bestaan uit beschrijvende statistieken en kwalitatieve analyse van open antwoorden.
Belangrijkste conclusies
De tussentijdse resultaten moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd, omdat niet alle scholen voldoende gegevens hebben aangeleverd. Scholen blijken uiteenlopende aanpakken te hanteren, meestal schoolbreed, variërend van kortere lesuren tot aangepaste lessentabellen en meer maatwerk. Projectgroepen verwachten vooral dat de pilot leraren meer ontwikkeltijd oplevert, terwijl leraren ook extra voorbereidingstijd voorzien. De verwachtingen over werkdrukvermindering zijn gematigd.
De pilot wordt meestal geïnitieerd door de schoolleiding, die inzet op duidelijke communicatie en samenwerking met leraren. Ouders en leraren stonden aanvankelijk positief tegenover de pilot, al neemt dat enthousiasme na een jaar iets af en zijn zorgen over motivatie en leerprestaties toegenomen. Knelpunten liggen vooral bij leskwaliteit, leerprestaties en werkdruk.
De eerste effecten laten zien dat leraren de leskwaliteit vrijwel gelijk vinden, terwijl de werkdruk in groep 1 is verminderd en het werkplezier daar na een jaar toeneemt. Tegelijkertijd overweegt ongeveer de helft van de leraren nog steeds ander werk. Het zelfgerapporteerde ziekteverzuim daalt bij groep 1. Wel maken leraren zich zorgen over kwetsbare leerlingen, wat relevant is in relatie tot kansengelijkheid.
Vervolg
Na schooljaar 2025-2026 volgt een slotmeting bij alle deelnemende scholen waarbij dezelfde soort gegevens worden verzameld als voor de afgelopen metingen, aangevuld met terugblikkende vragen om een compleet beeld van de ervaringen met en effecten van de pilot te krijgen. Op basis daarvan worden drie focusgroepen gehouden met projectteams van scholen en pilotbegeleiders om de antwoorden op de onderzoeksvragen verder te verdiepen, inclusief geleerde lessen, processtappen en onvoorziene effecten. De bevindingen worden verwerkt in de eindrapportage die in het najaar van 2026 verschijnt.


