Evaluatie experiment Dans- en Muziekbeschikking voor scholen in het primair onderwijs
Per 1 augustus 2021 is een nieuw traject voor een beperkt aantal basisscholen van start gegaan, ter versterking van een dans- en muziekbeschikking voor scholen in het primair onderwijs (po). Scholen die zich richten op leerlingen met een talent voor dans en/of muziek, konden hiervoor, net als in het vo, een zogenaamde DAMU-licentie aanvragen. Deze licentie bood wettelijk ruimte om (tijdelijk) af te wijken van een aantal wettelijke bepalingen uit de Wet Primair Onderwijs (WPO).
In opdracht van het Ministerie van OCW heeft ResearchNed voorstaande aspecten onderzocht en ook het gebruik van de reiskostenregeling voor DAMU-leerlingen geƫvalueerd. De belangrijkste onderzoeksvragen over impact van de wettelijke afwijkingsmogelijkheden van de DAMU-regeling zijn a) of de kwaliteit van het onderwijs gelijk blijft en b) of de talentontwikkeling vergroot is.
Op basis van de evaluatie van het experiment is geconcludeerd dat de toegevoegde waarde van de DAMU-regeling voor het po beperkt is. Scholen vinden de regeling vooral belangrijk vanwege het signaal dat ervan uitgaat: talentontwikkeling bij jonge kinderen op het gebied van dans en muziek is belangrijk, ook voor de doorstroming naar vervolgopleidingen. Echter, de invoering van de regeling heeft niet voor grote veranderingen gezorgd in de werkwijze van de reeds bestaande DAMU-scholen. Daarnaast bleek dat bij het eventueel stoppen van de regeling DAMU-scholen daar geen nadelen van zouden verwachten. Van de reiskostenregeling werd maar beperkt gebruikgemaakt. Op basis van dit onderzoek is besloten beide beleidsregels niet te verlengen.


